Wanneer je een onderdeel van 50,00 mm ontwerpt, komt de 3D print waarschijnlijk uit op 49,8–50,2 mm. Dat verschil is de tolerantie. Voor decoratieve objecten maakt dit weinig uit, maar voor passende onderdelen of mechanische verbindingen is dit cruciaal om te begrijpen.
Wat is een tolerantie?
Een tolerantie is de maximaal toegestane afwijking van de nominale maat. In de maakwereld schrijf je dit als: 50,00 ± 0,2 mm — wat betekent dat de werkelijke maat tussen 49,80 en 50,20 mm mag liggen.
Typische FDM toleranties
(0,4mm nozzle)
(0,25mm nozzle)
(niet FDM)
Hoe ontwerp je voor passende onderdelen?
Voor een as die door een gat moet glijden: maak het gat 0,3–0,5 mm groter dan de as. Voorbeeld: as van 10,0 mm → gat van 10,4 mm.
Voor een onderdeel dat strak vast moet zitten: maak het gat 0,1–0,2 mm kleiner dan het andere onderdeel. Dit vereist testen — print altijd eerst een testpas.
3D geprinte schroefdraad is relatief zwak. Gebruik voor sterke verbindingen heatset inserts (M3, M4, M5) die je er na het printen inperst met een soldeerbout.
Factoren die de tolerantie beïnvloeden
- Laagdikte — Dunne lagen (0,1 mm) geven een gladder oppervlak maar langzamer print
- Printtemperatuur — Te warm = meer materiaalvloei = grotere maten
- Krimp — PLA krimpt licht bij afkoeling; PETG iets meer; ABS het meest
- Oriëntatie op printbed — Z-richtingkrachten zijn zwakker; horizontale lagen nauwkeuriger
Wanneer wil je meer precisie?
- SLA/Resin — Tolerantie ±0,05 mm, ideaal voor sieraden, tandheelkunde
- SLS (nylon) — Tolerantie ±0,1 mm, sterk en functioneel
- CNC frezen — Voor metaal of hoge precisie (±0,01 mm)
Twijfel je? Vraag een offerte aan — we adviseren altijd welke techniek het beste past bij jouw vereisten.

