Waarom een dunne wand misgaat
Bij FDM (filament) bouwt de printer een wand op uit lijnen van gesmolten kunststof. De breedte van zo'n lijn hangt vooral af van de nozzle. Bij een standaard nozzle van 0,4 mm is een lijn ongeveer 0,4 mm breed. Een wand dunner dan één lijn kan de slicer niet maken; een wand van tussen de lijnbreedtes in wordt afgerond of opgevuld met een gat.
Daarom werkt het goed om de wanddikte een veelvoud van de lijnbreedte te maken: 0,8 mm is twee lijnen, 1,2 mm is drie lijnen. Bij resin (SLA) bepaalt de resolutie van het scherm en de sterkte van de uitgeharde resin hoe dun je kunt gaan.
Richtwaarden
Dit zijn richtwaarden. De werkelijke grens hangt af van printer, materiaal, hoogte van de wand en belasting. Bij twijfel print je een klein proefstuk.
| Situatie | FDM, nozzle 0,4 mm | Resin (SLA) |
|---|---|---|
| Vrijstaande wand, alleen decoratief | vanaf ongeveer 0,8 mm | vanaf ongeveer 0,5 mm |
| Wand die iets moet dragen of belast wordt | 1,2 tot 2 mm of dikker | 1 mm of dikker |
| Hoge, smalle wand of pin | dikker dan 1,2 mm; hoe hoger, hoe dikker | dikker dan 1 mm |
Zo vind je dunne wanden in je model
Kijk niet alleen naar de buitenkant. Dunne wanden zitten vaak bij uitsparingen, in holle onderdelen en bij ribben.
- Meet de dunste plekken in je CAD-programma met een afstandsmeting of een doorsnede.
- Controleer holle modellen: de wand tussen buiten en binnen moet overal dik genoeg zijn.
- Let op scherpe punten en messcherpe randen: die zijn in de praktijk dunner dan je denkt.
- Laat het model controleren met de gratis modelcheck; die schat de dunne plekken en markeert ze in een 3D-weergave.
Wat je kunt doen als een wand te dun is
Maak de wand dikker, vooral aan de binnenkant als de buitenmaat vast ligt. Voeg ribben toe in plaats van één dikke wand als je gewicht wilt besparen. Of kies een techniek met een fijnere resolutie, zoals resin, als de wand echt dun moet blijven.